|
Met een doos gebak in de hand bel ik aan bij Vlaardingsekade nummer 7. Het huis van Jo van der Stap. Ik word gastvrij ontvangen door een kwieke dame en neem plaats aan de eethoek in de knusse achterkamer. Op de tafel liggen allerlei snuisterijen van haar oranjeverzameling uitgestald. De in 1920 geboren, rasechte Schipluidense vertelt dat ze al van jongs af aan allerlei verzamelingen bijhoudt. Waarschijnlijk heeft ze dit van haar moeder meegekregen die ook van alles verzamelde. Over de koninginnedagen uit haar jeugd vertelt ze: “ Bij de trapjesbrug werd altijd een erepoort geplaatst. Deze erepoort werd de rest van het jaar bewaard op de zolder bij boer Ge Moerman waar ik toen werkte”. Verder herinnert zij zich de koek & chocolademelk die ze die dag altijd kregen, en dat ze met een mooie sjerp om naar de optocht gingen kijken. Ook was het ringsteken op Koninginnedag in die tijd een vast onderdeel van de activiteiten.
Jo benadrukt dat Koninginnedag vooral het gevoel van “saamhorigheid en eensgezindheid “ uitademde. Tijdens de oorlogsjaren, de koninklijke familie was toen gevlucht naar Engeland, lagen de activiteiten van de Oranjevereniging stil. De bevrijding van Nederland blies de vereniging nieuw leven in . Jo heeft het intussen zo druk met het vertellen van verhalen dat ik zelf maar aanbied om een kopje thee voor haar en mij te zetten. Ten slotte had ik het gebak niet voor de koelkast meegenomen. We laten deze ons dan ook goed smaken. Jo onverstoorbaar doorpratend over haar verzameling van Oranje spulletjes die zij met de nodige moeite heeft verzameld.“ Ieder jaar ging ik de scholen langs en vroeg of ik voor mijn verzameling het artikel kon krijgen dat aan de kinderen voor koninginnedag werd uitgedeeld. Vaak werd mij dan door een pittige juffrouw vertelt dat het alleen maar aan de kinderen werd uitgedeeld. Nou daar nam ik natuurlijk geen genoegen mee! “. Later wisten ze al waar ik voor kwam en zij vonden dat toen ook weer leuk. Haar uitgebreide verzameling bestaat o.a. uit: bekers, etui’s, vlaggetjes, een set houten kleppers, programmaboekjes, enz., enz. Bij ieder artikel vertelt zij een mooi verhaal of een herinnering uit die tijd. Jo vertelt “ ik ben er trots op dat ik anderen kan laten genieten van wat ik allemaal bij elkaar heb verzameld. Regelmatig krijg ik mensen over de vloer met vragen over het Schipluiden van vroeger. Door al mijn verzamelingen kan ik ze vaak informatie geven en foto’s laten zien uit vervlogen tijden. Zo heb ik laatst nog allerlei knipsels en foto’s opgezocht die men nu gebruikt voor het restaureren van de kerk Op Hodenpijl”.
Regelmatig moet ik het gesprek bijsturen omdat ik vooral geïnteresseerd was in haar mening over de Oranjevereniging / Koningshuis. Als ik informeer naar haar favoriete lid van het koninklijk huis komt ze met de volgende uitspraken: “ Ik vond Juliana en Bernard altijd het leukste, maar dat is veranderd nu is gebleken dat Bernard nog twee of drie buitenechtelijke kinderen heeft. Hij is me vies tegengevallen! “. Koningin Beatrix doet het volgens Jo erg goed. Ook Prins Willem-Alexander en zijn vrouw Maxima vindt zij goede vertegenwoordigers van het koningshuis en ze vindt dat we als Oranjevereniging Maxima maar een keer naar Schipluiden moeten halen. Vorig jaar toen de Koningin tot tweemaal toe een bezoek bracht aan Schipluiden, heeft Jo haar van dichtbij goed kunnen zien. Ik vraag haar of ze het leuk zou vinden haar een keer persoonlijk te ontmoeten, antwoord Jo: “ Nee joh ! Daar ben ik toch veel te oud voor! Laat de mensen achter de verenigingen maar in de belangstelling staan. Die verdienen respect voor het werk dat ze belangeloos verzetten”. Om de activiteiten op koninginnedag in Schipluiden nog gezelliger te maken vindt Jo dat er nog veel gedaan kan worden . Zij denkt dan aan het uitbreiden van de rommelmarkt en de braderie, en het plaatsen van een grote speeltuin voor de kinderen. De slotvraag blijft: Wat moet er met al deze spulletjes gebeuren, als Jo er niet meer is? Zelf zegt zij daarover: “Ik hoop dat mijn huis hier een museum wordt, zodat iedereen de verzamelingen kan blijven bewonderen”. Ik neem afscheid met de belofte snel nog een keer op de koffie / thee te komen en loop naar huis. In gedachten neem ik ons gesprek nog eens door om steeds weer op het zelfde uit te komen: Haar huis is al een museum en ik hoop dat Jo er nog lang kan blijven wonen om het te onderhouden en om er over te vertellen! Esther.
|